Jouw VerhalenkaartVerhalen leven op plekken
← Terug naar de kaart
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis.
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis. JVK-beeldbibliotheek · sfeerillustratie.
Uitgelicht verhaal

Martena-state — moest dit Friese historische huis verdwijnen?

Een fel pleidooi uit 1899 tegen de dreigende afbraak van Martena-state in Cornjum, met herinneringen aan de Friese adel en de opstand tegen Spanje. Het verhaal loopt over twee opeenvolgende afleveringen.

Liever luisteren?

Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.

Het verhaal

Aan de rand van Koarnjum, het vroegere Cornjum, ligt Martenastate. Aan het einde van de negentiende eeuw zag het ernaar uit dat een belangrijk stuk van de oude Friese buitenplaats zou verdwijnen. In 1899 verscheen daarover een bezorgd artikel in het bouwkundige tijdschrift De Opmerker.

De aanleiding was praktisch. De oude state was door de laatste bewoner nagelaten aan de kerkvoogdij van Cornjum. Aan die erfenis zat een voorwaarde: het gebouw en de bijbehorende bezittingen moesten goed worden onderhouden. Maar het huis was in de loop der jaren zo bouwvallig geworden dat herstel bijna neerkwam op volledige vernieuwing. De opbrengsten van de bezittingen waren bovendien te klein om zo'n kostbare restauratie te betalen.

De kerkvoogden wilden daarom een nieuw gebouw op de plaats van de oude state neerzetten. Eerst vroegen zij de gemeente Leeuwarden om duidelijkheid. Ze wilden voorkomen dat sloop en herbouw juridisch zouden betekenen dat zij de voorwaarden van de erfenis hadden geschonden en daardoor het bezit zouden verliezen.

Voor P.H. Scheltema, die over de kwestie schreef, was dit meer dan een lokaal financieel probleem. Hij zag het als een voorbeeld van wat in Friesland op veel plaatsen gebeurde: oude historische gebouwen verdwenen omdat onderhoud duur was en er nauwelijks bescherming bestond. Monumentenzorg zoals we die nu kennen stond nog in de kinderschoenen.

Scheltema gaf eerlijk toe dat hij Martenastate zelf niet goed kende. Juist dat vond hij een probleem. Er bestond nog geen goede landelijke inventaris waarin architecten, bestuurders en onderzoekers snel konden zien welke historische gebouwen belangrijk waren en wat hun toestand was. Wanneer een gebouw eenmaal op de nominatie stond om te verdwijnen, was het vaak al bijna te laat om kennis te verzamelen of actie te organiseren.

De geschiedenis van de plek ging veel verder terug dan 1899. Op het terrein stond al eeuwen een state en de namen van de families Martena en Burmania zijn ermee verbonden. De plek maakte deel uit van de Friese adellijke geschiedenis. Gebouwen werden door de eeuwen heen beschadigd, aangepast en opnieuw opgebouwd. Daardoor was de Martenastate van 1899 zelf al het resultaat van een lange geschiedenis van verandering.

De bezorgdheid uit De Opmerker kon de oude state uiteindelijk niet redden. Het vervallen gebouw werd in 1899 en 1900 afgebroken. Op dezelfde plek kwam een nieuw, kasteelachtig huis in neorenaissancestijl naar ontwerp van architect W.C. de Groot. Dat is in grote lijnen het gebouw dat tegenwoordig op het terrein staat.

Daarmee kreeg de discussie een opvallende afloop. Het oude gebouw verdween, precies waarvoor de schrijver had gewaarschuwd. Tegelijk bleef de plek als buitenplaats bestaan en kreeg zij een nieuwe architectonische laag. Later werd ook het park opengesteld en aangepast. Tegenwoordig wordt het complex juist als cultuurhistorisch waardevol beschermd.

Het verhaal van Martenastate laat zien dat monumentenzorg zelden eenvoudig is. Wat moet je doen met een historisch gebouw dat technisch bijna niet meer te redden is? Is een nauwkeurige restauratie altijd beter dan vervanging? En wanneer wordt een nieuw gebouw zelf onderdeel van de geschiedenis?

In 1899 bestonden voor zulke vragen nog veel minder regels en middelen dan nu. Het artikel van Scheltema is daarom interessant: je hoort er bijna het begin van de moderne monumentengedachte in. Hij vraagt niet alleen wat een gebouw financieel waard is, maar ook wat er verloren gaat wanneer een samenleving haar tastbare verleden laat verdwijnen.

Beijerinck werkte bovendien niet als een geïsoleerde uitvinder. Grote waterwerken waren gezamenlijke ondernemingen van ingenieurs, bestuurders, aannemers en duizenden arbeiders. Zijn kracht lag volgens tijdgenoten vooral in het vertalen van grote ideeën naar uitvoerbare plannen. Een droogmakerij moest niet alleen technisch mogelijk zijn; er moesten ook dijken, gemalen, wegen, sloten en bestuurlijke afspraken komen die jarenlang betrouwbaar konden functioneren.

Later in zijn loopbaan werkte Beijerinck ook aan waterstaatkundige vraagstukken in Zeeland en aan adviezen voor andere delen van het land. Zijn naam duikt telkens op waar ingewikkelde problemen rond water, land en infrastructuur moesten worden opgelost. Daardoor is zijn levensverhaal meer dan een opsomming van projecten. Het laat zien hoe in de negentiende eeuw een professionele Nederlandse ingenieurscultuur ontstond, waarin meten, ontwerpen en langdurig beheer steeds belangrijker werden.

De discussie was des te gevoeliger omdat een state in Friesland meer was dan alleen een oud woonhuis. Zulke plekken waren verbonden met adellijke families, lokale macht en eeuwen van veranderingen in het landschap. De schrijver gebruikte Martenastate daarom als voorbeeld van een breder probleem: wanneer een oud gebouw langzaam vervalt, komt het moment waarop financiële nood en historische waarde frontaal tegenover elkaar komen te staan.

Het besluit van de kerkvoogdij leidde uiteindelijk tot een nieuwe Martenastate. Het oude bouwvallige huis maakte plaats voor een nieuw kasteelachtig gebouw. Daardoor bleef de naam en de plaats bestaan, maar niet het gebouw waarover de discussie oorspronkelijk ging. Dat maakt het verhaal juist interessant voor een moderne bezoeker: wat we vandaag als 'historisch' zien, kan zelf het resultaat zijn van een eerdere sloop, vervanging en nieuwe waardering. Monumenten zijn soms niet één stilstaand overblijfsel, maar een opeenstapeling van keuzes van verschillende generaties.
Deze leesversie brengt de historische discussie in modern Nederlands samen. De oorspronkelijke artikelen en de monumentgegevens van de buitenplaats blijven als bronnen gekoppeld.