De Sprengenberg: onder de sterren werd een bos gemaakt
Boven de bomen van De Sprengenberg verschijnt een witte toren met een korhaan als windwijzer. Hij hoorde bij een huis voor een familie en haar sterrenkijker. De bossen eromheen vertellen een ander deel: over boerenzonen, ossen, mijnhout en een landschap dat opnieuw van richting veranderde.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Boven de bomen staat een witte toren, met bovenop een vogel die gemakkelijk voor een weerhaan doorgaat. Het is een korhaan. De Palthetoren en de vogel horen bij hetzelfde landschap, al lijkt het huis nu vooral door bos omringd. Bij de bouw lag er veel meer open heide. De oranje landgoedroute laat zien hoe die omgeving werd veranderd.
Dat begon in 1898 met een veiling van gronden bij Haarle. De Almelose ondernemer A.A.W. van Wulfften Palthe kocht heide rond de Sprengenberg en liet er een achtkantige jachtkoepel neerzetten. De locatie had ook persoonlijke betekenis: zijn echtgenote leed aan reuma en had baat bij de droge lucht op de berg.
De koepel bleek geen eindpunt. Architect Karel Muller kreeg opdracht een groter huis te ontwerpen. Er kwam een woontoren met bijgebouwen in vakwerkstijl, in fasen uitgebreid. De familie verliet uiteindelijk Almelo en ging permanent in Haarle wonen. De heuvel kreeg een huishouden dat verzorging, onderhoud en verbindingen met het dorp nodig had.
Hoog in het gebouw kon Van Wulfften Palthe zich aan sterrenkunde wijden. De toren kreeg een telescoop. Tegelijk moest het huis aardse problemen zelf oplossen. Een eigen put leverde water en een windmolen hielp bij de elektriciteitsvoorziening. Onder het dak voor de sterrenkijker zat een woning die haar eigen voorzieningen moest organiseren.
Ook buiten werd op grote schaal gewerkt. Vanaf 1907 maakte de Heidemaatschappij gronden geschikt voor bos. Eerst trokken zes ossen de ploeg; later werd een stoomploeg ingezet. Er kwamen vooral grove dennen en daarnaast lanen, waaronder een lange beukenlaan. Wat voor de wandelaar een volwassen bos is, begon op veel plaatsen met grondbewerking en plantwerk op de heide.
Toch is niet ieder bosvak een gevolg van Palthes plannen. De route voert ook door het Van den Landenbos, dat vermoedelijk al vóór 1850 was aangeplant. Het stond er voordat de villa werd gebouwd. Sommige bomen hoorden bij het landschap dat de familie aantrof, andere verschenen toen het landgoed steeds sterker op houtproductie werd ingericht.
Voor de mensen uit Haarle was dat productiebos vooral werk. Ben Rensen, die aan de voet van de toren opgroeide, beschrijft op de familiewebsite hoe hij met zijn broer Wim afgezaagde dennen naar het dichtstbijzijnde pad sleepte. Ze gebruikten een Belgisch trekpaard en een sleepketting. Aan het pad werden de stammen opgestapeld, waarna een vrachtwagen ze meenam. Zijn herinnering geeft de rechte bosvakken iets wat tussen de bomen gemakkelijk uit beeld raakt: zwaar, terugkerend mensenwerk.
Een deel van het hout ging naar de mijnen als stuthout. De stam die hier aan een sleepketting hing, hielp elders een ondergrondse gang ondersteunen. Rensen noemt ook familieleden en dorpsgenoten die bosonderhoud deden naast hun eigen boerenbedrijf. De geschiedenis van de Sprengenberg liep daardoor niet alleen via de eigenaar boven op de heuvel. Ze liep ook via boerenerven, paarden, kettingen en vrachten hout die het terrein verlieten.
Het eigendom veranderde opnieuw. Na de tijd van de vaste bewoners kwam het landgoed onder ander beheer; in 1984 werd het grootste deel verkocht aan Natuurmonumenten. Het huis, de boswachterswoning en een kleiner terrein bleven bij Stichting Huis Bergh, met betrokkenheid van een familievereniging. De toren bleef een familieplek, terwijl het omliggende gebied een andere toekomst kreeg.
Nu is het op delen van de Sprengenberg juist werk om de heide open te houden. Schapen eten jonge boompjes weg en Schotse hooglanders beperken de grasgroei. Zonder zulke ingrepen zou het landschap verder dichtgroeien. Dat geeft een bijzondere draai aan de wandeling: waar mensen ooit met ploeg en aanplant bos maakten, zorgen beheerders en grazers nu ook voor ruimte waar bomen moeten wijken of klein blijven.
De korhaan boven op de toren verbindt die veranderingen. Het echte korhoen is op de Sallandse Heuvelrug een kwetsbare bewoner, waarvoor open heide belangrijk blijft. De windwijzer is dus meer dan een versiering boven een excentriek huis. Onder hem liggen de sporen van een gezin dat hier wilde wonen, van mensen die het bos aanplantten en oogstten, en van de zorg om iets van de open heuvel terug te geven aan zijn bewoners.