Jouw Verhalenkaart
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis.
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis. JVK-beeldbibliotheek · sfeerillustratie.
Uitgelicht verhaal

Het theehuis staat op uitgegraven grond

Een theehuis op een wal, tunnels en water tussen de bomen: Heidestein werd in korte tijd omgevormd door een familie die haar vermogen grotendeels in de koloniale suikerwereld verdiende. Tijdens de wandeling kom je langs de resten van hun buitenplaats, gebouwd voor productie én ontspanning.

Liever luisteren?

Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.

Het verhaal

Bij de grote vijver van Heidestein verdwijnen doorgangen onder een aarden wal. Twee waren bestemd voor wandelaars, de middelste voor een bootje. Het zijn merkwaardige keuzes als je alleen een boswandeling verwacht. De eigenaar liet hier een landschap maken waarin zelfs de route van huis naar water een belevenis werd. Boven op de wal kwam een theehuis te staan.

Die eigenaar was Frans Jan Hendrik de Wetstein Pfister. Zijn mogelijkheden om grond te kopen hadden veel te maken met het vermogen dat hij in Nederlands-Indië opbouwde. Na zijn huwelijk met Maria Esther Flora Eschauzier ging hij werken in de suikerondernemingen van haar vader. Later volgden directeurschappen en commissariaten. Een deel van de rijkdom uit die koloniale bedrijfswereld kreeg op de Heuvelrug de vorm van land.

Heidestein werd eerst door het gezin gehuurd. Frans bezat in 1906 al verschillende stukken grond en kocht in 1908 ook het huis. Er kwamen aankopen bij van boeren en van andere landgoedeigenaren. Hij vergrootte de villa en het gezin verbleef er aanvankelijk in de zomer, later permanent.

Zandwinning hielp die verandering op gang. Volgens het plaatselijke erfgoedverhaal van Annet Werkhoven vroeg buurman Thurkow van Bornia toestemming om zand te winnen voor de fabricage van tegels. Daarbij werd een waterbron gevonden. De bron kreeg via een kanaal verbinding met een gegraven vijver. Een plek waar materiaal uit de bodem werd gehaald, leverde zo tegelijk een nieuw middelpunt voor de buitenplaats op.

Voor die aanleg moest veel grond worden verzet. Het uitgegraven zand werd naast de vijver opgeworpen tot de wal die er nog ligt. In de plaatselijke overlevering is het graven verbonden met werkverschaffing; ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt dat als overgeleverde verklaring. De namen van de gravers staan niet bij de vijver, maar hun werk bepaalt nog steeds het hoogteverschil waar je langs loopt.

De tunnels maakten die opgeworpen wal op meer dan één manier passeerbaar. Ze werden tussen 1907 en 1926 in beton gebouwd en kregen bij de toegangen de aanblik van steen- en rotswerk. Twee doorgangen brachten wandelaars naar de andere kant, terwijl de middelste het water volgde. De familie kon het gemaakte reliëf dus zowel te voet als per boot doorkruisen.

Het theehuis gaf aan diezelfde grond een heel andere functie. Rond 1912 verrees boven op de wal het gebouw in chaletstijl. Eronder lag een ijskelder. Daar werd ijs uit de vijver, verpakt in stro, bewaard. Het water hoorde daarmee bij de techniek van het huishouden én bij het uitzicht. Wat onderaan werd uitgehakt en opgeslagen, maakte bovenaan het verblijf aangenamer.

Ook het spoor begon bij werk. Rond 1915 kreeg Heidestein smalspoor voor het vervoer van zand, landbouwproducten en hout. Het landgoed was een productief terrein met akkerbouw en aangeplante bossen. Later werd het treintje ook voor ontspanning gebruikt. De rails verbonden daardoor twee kanten van dezelfde buitenplaats: materiaal verplaatsen en mensen laten genieten van het gemaakte landschap.

Voor die ontspanning kwamen bovendien een tennisbaan en een zwembad. De familie gebruikte het terrein ook om te golfen; de Doornsche Golfclub speelde hier eveneens. Op oude foto’s van het landgoed staan golfers, een ballenjongen en dames die toekijken. Naast de vijvers en de transportlijnen ontstond een wereld waarin anderen vrije tijd konden doorbrengen. De aanleg maakte zowel bedrijvigheid als een comfortabel buitenleven mogelijk.

In mei 1926 overleden Frans en Maria kort na elkaar. Hun dochters kregen ieder een deel: Caroline woonde op Groot Heidestein en Floor op Klein Heidestein. Het grote huis ging in 1939 door brand verloren. Daarmee verdween het gebouw waar de aanleg op was gericht. De vijver, de wal en het theehuis bleven achter, terwijl hun vanzelfsprekende relatie met het huis werd verbroken.

Caroline schonk Groot Heidestein in 1974 aan Utrechts Landschap. Wat een familiebezit was geweest, kreeg daarmee een toekomst als beschermd natuurgebied. Ook de oude schaapskooi veranderde van bestemming: daar ontvangen vrijwilligers nu bezoekers. Gastvrouw Ilona Brandsma vertelt dat zij met haar uitleg de ervaring van bezoekers wil verrijken en zo haar eigen verbinding met de natuur onderhoudt.

Bij het theehuis kun je de grondbeweging nog steeds volgen: waar de vijver werd uitgegraven, kwam een wal omhoog. Het fraaie uitzicht heeft daardoor een achterkant van zandwinning, vervoer en graafwerk. De villa verdween, maar het werk in de bodem bleef zichtbaar. De tunnels gaan door grond die andere mensen ooit hierheen hebben verplaatst, met daarboven een plek waar de familie thee kon drinken.