Vlissingen: de fles die het naamraadsel niet oplost
Een wonderfles speelt de hoofdrol in het bekendste naamverhaal van Vlissingen. De echte herkomst blijft onzeker.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Een fles hoort zo sterk bij Vlissingen dat je haast zou denken dat de stadsnaam daarmee verklaard is. Op het wapen en de vlag staat immers een kruikje. Toch is juist Vlissingen een plaats waar een mooi verhaal en een bewezen naamverklaring uit elkaar moeten worden gehouden. De Encyclopedie van Zeeland is daar duidelijk over: de rondgaande verklaringen zijn gissingen. Hoe de naam werkelijk ontstond, weten we niet precies.
Het bekendste verhaal voert naar de missionaris Willibrord. Volgens de legende kwam hij hier aan land en deelde hij de inhoud van zijn fles met bedelaars. Hoeveel eruit werd geschonken, de fles raakte niet leeg. Toen zijn toehoorders weinig belangstelling voor zijn prediking toonden, vertrok hij en liet de fles achter. De plaats zou vervolgens Flessinghe zijn genoemd. Het is een herkenbaar wonderverhaal, maar geen betrouwbare beschrijving van een aantoonbaar naamgevingsmoment.
Een andere verklaring zoekt het dichter bij het dagelijkse verkeer. Bij Oud-Vlissingen zou een veerhuis hebben gestaan met een fles als uithangteken. Reizigers zouden het daardoor over het veer aan de fles hebben gehad. Uit zo'n aanduiding zou de plaatsnaam gegroeid kunnen zijn. Ook deze uitleg wordt door de gemeente als overgeleverde mogelijkheid beschreven. Een aannemelijk klinkend uithangbord vormt op zichzelf nog geen bewijs.
Dat er werkelijk een fles op de stedelijke symbolen staat, is wél te controleren. De Hoge Raad van Adel bevestigde het wapen in 1817: op een rood schild staat een zilveren Jacobakruikje met gouden versieringen. De gemeenteraad stelde in 1973 een vlag vast met eveneens een kruikje. Zulke symbolen laten zien hoe een gemeenschap haar naam is gaan verbeelden. Ze kunnen een al bestaande uitleg zichtbaar maken, zonder daarmee de oorsprong ervan vast te leggen.
Daar komt nog een bijzonderheid bij: de naam bleef bestaan terwijl het zwaartepunt van de plaats verschoof. Oud-Vlissingen lag noordelijker dan de huidige oude binnenstad. De aanleg van nieuwe havens aan het begin van de veertiende eeuw bracht Nieuw-Vlissingen op gang. Het nieuwe havenstadje overvleugelde het oudere dorp. Voor de plaatsnaam moet je dus verder terugkijken dan alleen de havens en gevels die tegenwoordig het vertrouwde stadsbeeld vormen.
De aantrekkingskracht van het flesverhaal is begrijpelijk. Een wonderfles is gemakkelijker te onthouden dan een open vraag over oude taalvormen. Maar de interessante ontdekking is hier juist dat het raadsel nog bestaat. Je kunt in Vlissingen een onmiskenbaar oud stadssymbool bekijken en tegelijk beseffen dat niemand daarmee het laatste woord over de naam heeft gevonden. De kruik is echt; het wonder blijft een legende.