Purmerend: een eindpunt dat ouder is dan de polder
Purmerend betekent het einde van Purmer. Daarachter ligt een ouder rechtsgebied en een merenlandschap; de bekende droogmakerij kwam pas veel later.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Wie Purmerend op de kaart naast de Purmer ziet liggen, kan denken dat de stad naar de polder is genoemd. De volgorde ligt anders. Purmerend bestond al eeuwen voordat het Purmermeer in 1622 werd drooggelegd. Voor de naam moet je terug naar een oudere indeling van het gebied, toen water en land er heel anders uitzagen.
Het slot van de naam is het gemakkelijkste deel: end of ende betekent eind. Oneindig Noord-Holland noemt de vorm Purmerende uit 1350 en verklaart die als het einde van Purmer. Daarmee wordt het oude rechtsgebied Purmer bedoeld. Een rechtsgebied is een bestuurlijke eenheid, niet automatisch hetzelfde als een later meer of een moderne polder.
Dat onderscheid voorkomt een anachronisme. Een middeleeuwse naamgever kon een plaats niet naar een droogmakerij noemen die pas in de zeventiende eeuw ontstond. De oude gebiedsnaam bleef in verschillende namen voortleven. Het meer en de latere polder horen bij diezelfde geografische omgeving, maar verklaren niet op zichzelf het moment waarop Purmerend zijn naam kreeg.
Ook Purmerland laat zien hoe namen binnen dat gebied uiteen gingen lopen. Na de opkomst van Purmerend werd een deel van het oude Purmer aangeduid als Purmer in het land. Dat verwees naar een meer landinwaartse ligging. De tegenstelling hielp om twee plekken met een gezamenlijke voorgeschiedenis uit elkaar te houden. Uit die langere aanduiding ontwikkelde zich Purmerland.
De stad zelf groeide in een zeer natte omgeving. De gemeentelijke geschiedenis beschrijft veenland dat door ontwatering, inklinking en oxidatie lager kwam te liggen. Waar de veenbodem zakte, kreeg het water meer ruimte. Purmerend lag uiteindelijk ingeklemd tussen de Beemster, de Purmer en de Wormer. Het waren nog meren, geen vlakke landbouwpolders.
De historische beschrijving van J.F. van Agt verbindt de vroege nederzetting met de dijk langs de Where. Dat water verbond de Beemster en de Purmer. Bij de Kaasmarkt ontmoette de dijkroute een weg richting Amsterdam. Een plaats aan een eind van een oud gebied lag daardoor tegelijk op een bruikbaar kruispunt van water en landverkeer.
In de zeventiende eeuw werd de omgeving opnieuw ingrijpend veranderd door droogmaking. Viswater maakte plaats voor landbouwgrond en nieuwe boerenbedrijven. De markten van Purmerend kregen een ander achterland te bedienen. Het eindpunt uit de naam verdween niet, maar de wereld waarop het ooit betrekking had was niet meer dezelfde.
Daarom moet je voor de plaatsnaam als het ware twee kaarten over elkaar leggen. De huidige kaart laat de droogmakerijen zien; de oudere kaart bevat een rechtsgebied, dijken en meren. Het eenvoudige woord einde verbindt de naam met die oudere wereld. De stad groeide verder terwijl de beschrijving waarmee zij ooit werd onderscheiden, in haar naam bleef zitten.