Philippine: de naam van een vorst in een mosselstadje
Philippine is genoemd naar Filips de Schone. De naam ontstond bij een plan voor nieuw land en een stad aan de Braakman.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Philippine klinkt voor veel bezoekers als een verre buitenlandse naam. Toch hoort de oorsprong thuis bij een concreet plan in Zeeuws-Vlaanderen. De plaats werd genoemd naar Filips de Schone. Een vorstelijke persoonsnaam belandde zo op de kaart van een nieuw poldergebied. Het latere mosselstadje draagt nog altijd de herinnering aan de landsheer die toestemming gaf om hier land en bewoning tot ontwikkeling te brengen.
Filips was geen plaatselijke visser of onbekende ontginner. Hij bestuurde de Bourgondische erflanden en voerde een politiek waarin handel een belangrijke plaats innam. In 1496 sloot hij een overeenkomst met Engeland waardoor de wol- en textielhandel weer op gang kon komen. De man achter de dorpsnaam hoorde dus bij een veel grotere wereld van vorsten, handelsbelangen en macht in de Nederlanden.
Het plaatselijke initiatief lag bij Jeronymus Lauereijn, ook bekend als Hiëronimus Laurijn, heer van Watervliet. Volgens de Universiteit Utrecht gaf Filips hem in 1505 toestemming voor inpoldering aan de zuidzijde van de Braakman. De overeenkomst omvatte een gesloten stad met de naam Philippine. De naam maakte dus vanaf het begin deel uit van het plan.
De Braakman was toen een grote zeearm, ontstaan door overstromingen en later uitgebreid. Land terugwinnen betekende geen zekerheid. De drooggelegde Philippinepolder liep in 1532 opnieuw onder en werd pas later herdijkt. De naam overleefde zo een landschap dat zich niet eenvoudig liet beheersen. De gedroomde stad kwam bovendien niet volgens het oorspronkelijke voornemen tot stand.
In 1583 liet Alexander Farnese hier de schans Sint-Philip bouwen. De ligging aan diep vaarwater tegenover het Staatse Land van Axel was strategisch. Na de Staatse verovering in 1633 werd de versterking uitgebreid en kreeg ze de naam Philippine. De Spaanse schans bleef als kern behouden, onder de naam Kasteel of Hoog-Philippine. Het voorgenomen stadje had een nieuwe rol gekregen: verdedigde toegang tot de Braakman.
Een historische kaart maakt die verandering bijzonder zichtbaar. Op het fortificatieplan in de Utrechtse collectie zijn extra papieren stukken aangebracht die je kon wegklappen. Daaronder lag de bestaande situatie; erboven stond het gewenste nieuwe werk. De makers konden zo hun plannen naast de werkelijkheid leggen. Het is een tastbare uitwerking van wat Philippine al bij zijn naamgeving was geweest: een plaats waar een bestaand landschap en een ambitieus ontwerp elkaar moesten vinden.
Later werd vooral de toegang tot het water bepalend. Toen rond 1900 nieuwe polders ontstonden, hield een kanaal de verbinding met de Braakman in stand. Philippine ontwikkelde zich tot een belangrijk centrum van de mosselvangst en handel; ook vissers uit het Belgische Boekhoute speelden daarin een rol. Door de afsluiting van de Braakman in 1952 verloor de plaats uiteindelijk haar verbinding met de Westerschelde.
De naam veranderde door die omwenteling niet. Het verband met mosselen bleef herkenbaar in de plaatselijke horeca, terwijl Philippine zelf nog naar de vorst uit het vroege polderplan verwijst. Achter één naam liggen zo verschillende verwachtingen van dezelfde plek: nieuw gewonnen land, een stad in wording, een verdedigde haven en een woonplaats die na het verdwijnen van de haven een eigen bestaan voortzette.