Jouw Verhalenkaart
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis.
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis. JVK-beeldbibliotheek · sfeerillustratie.
Uitgelicht verhaal

Medemblik: de middelste beek die uit het stadsbeeld verdween

Achter Medemblik gaat Middenleek schuil: een oude naam voor een waterloop. De naam bleef bestaan terwijl stromen verdwenen, de kust verschoof en een handelsnederzetting een stad werd.

Liever luisteren?

Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.

Het verhaal

In Medemblik zit een beek verstopt. De moderne klank maakt dat niet meteen duidelijk, maar oude schrijfwijzen voeren terug naar Medemolaca en Medemelacha. De naam wordt verklaard als Middenleek: het middelste water. Daarmee verwijst de stad naar een stroom die ouder is dan haar havens, haar stadsrechten en het kasteel aan de kust.

Het eerste deel hangt samen met een oud woord voor middelste. Het tweede deel, laca, duidde op een beek of waterloop. Het water gaf vervolgens de nederzetting zijn naam. Zo bleef een stroomnaam bewaard, ook toen de plek ernaast een stad werd.

In een oorkonde uit 985 verschijnt villa Medemelacha. Het Westfries Archief bewaart ook de vorm Medelmeke uit 1311. Andere oude vermeldingen bevatten Medemblec en Medembliec. Zulke vormen laten zien hoe de lange samenstelling geleidelijk dichter bij de huidige uitspraak kwam. De naam is daardoor minder herkenbaar geworden dan een eenvoudige vertaling als Middenleek doet vermoeden.

Maar middelste waarvan? Onderzoekers hebben geprobeerd de oude Middenleek tussen andere leken te plaatsen. De huidige Kromme Leek is daarbij genoemd, maar die gelijkstelling is omstreden. Naamkundige D.P. Blok hield rekening met een andere verdwenen stroom. Een vertaling levert dus nog geen zekere waterloop op de huidige kaart op.

De ligging aan zo’n water verklaart wel waarom hier een nederzetting kon groeien. In het vroege middeleeuwse landschap voerden leken water af naar het Almere, de voorloper van de Zuiderzee. Aan een monding ontstond een woonplaats. Vanuit het water werd het veenland in lange stroken verdeeld; de stroom was tegelijk afvoer, toegang en verbinding.

Over het Almere konden bewoners naar Utrecht varen en ook de zee bereiken. Zo ontstond handel buiten de eigen omgeving. Bij Medemblik zijn bijvoorbeeld producten uit het Rijnland aangetroffen, waaronder hardgebakken aardewerk. De plaats aan de beekmonding werd een schakel tussen het Westfriese achterland en verder gelegen handelsroutes. Het naamgevende water was daarmee ook een bestaansmiddel.

Het landschap bleef ondertussen veranderen. Bodemdaling en hoger water maakten ophoging noodzakelijk. De bewoning langs de Middenleek kwam steeds hoger te liggen, zodat een dijkachtige strook ontstond. Volgens de historische beschrijving van Oneindig Noord-Holland bleef die strook de noordelijke begrenzing van de stad bepalen. Het water uit de naam verdween uit beeld, maar de ingrepen eromheen tekenden de stad.

Pas veel later kwam de grafelijke burcht erbij. Floris V liet in de late dertiende eeuw kastelen bouwen om West-Friesland te beheersen; het Medemblikker kasteel behoort tot die reeks. De bekende naam Kasteel Radboud hangt samen met een latere overlevering over de Friese koning. Die kasteelnaam verklaart niet het veel oudere Medemblik.

In 1289 kreeg Medemblik stadsrechten. De nederzettingsnaam ging voortaan ook bij een stedelijke gemeenschap horen, terwijl hij nog altijd naar de middelste beek verwees. Dat is de omkering die deze plaatsnaam bijzonder maakt: de stad en haar kasteel zijn zichtbaar gebleven, maar voor het water dat de naam leverde zijn oude spellingen en onderzoek nodig.