Hoogeveen: een naam voor grond die verdween
Het hoge veen werd afgegraven, maar bleef als naam bestaan. Andere vroege benamingen herinneren aan de ondernemers en grondeigenaren achter de ontginning.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Hoogeveen heet naar het hoge veen. De naam verwijst daarmee naar het landschap dat hier de grote economische belofte vormde: veengrond die als turf kon worden gewonnen. Het is een opvallende naam voor een moderne plaats, want juist de grond die de naam begrijpelijk maakt, werd in grote hoeveelheden afgevoerd. De brandstof verdween in kachels en ovens; het woord bleef op de kaart staan.
Dat is niet hetzelfde als zeggen dat Hoogeveen een hoge heuvel is. Veen is een natte grondsoort, gevormd uit opgehoopte plantenresten. De plaats ontstond in een uitgestrekt hoogveengebied. Hoog beschrijft hier dus de soort en ligging van het veenlandschap, niet een stadscentrum dat als een berg boven de omgeving uitsteekt. De naam vraagt om een oudere kaart in gedachten.
Aanvankelijk waren er verschillende namen in omloop. De plaatselijke geschiedbeschrijving noemt Hooch Echten, Nieuw Echten en Echten's Hoogeveen. Die verwijzingen naar Echten passen bij de sterke rol van Roelof van Echten in de vroege ontginning. Uiteindelijk bleef de kortere naam Hoogeveen in gebruik. Daardoor verdween de verwijzing naar een ondernemer uit de dagelijkse benaming, terwijl het landschap zelf voorop bleef staan.
Achter die namen gingen verschillende belangen schuil. In 1625 verwierf Roelof van Echten rechten in het veengebied; in 1631 kwam een grotere samenwerking voor de vervening tot stand. De Historische Kring Hoogeveen beschrijft hoe de Compagnie van 5000 Morgen de exploitatie verder organiseerde. De nederzetting groeide in dezelfde wereld van grondafspraken, investeerders, kanaalgravers, turfwerkers en schippers.
De kanalen maakten van het veen een bereikbaar productiegebied. Via de Nieuwe Grift, later de Hoogeveense Vaart, kon turf naar Meppel en verder worden vervoerd. Kleinere waterlopen, de wijken, sloten op de hoofdroutes aan. Zo ontstond een patroon waarin de afstand tot het water bepaalde hoe werkbaar een stuk veen was. De plaatsnaam en de inrichting van het landschap vertellen daardoor hetzelfde verhaal vanuit twee richtingen.
Hoogeveen werd bovendien een woonplaats, geen tijdelijk werkterrein. Op het belangrijke kruispunt dat het Kruis werd genoemd, vestigden zich winkeliers en ambachtslieden. De naam van een veengebied ging zo ook een gemeenschap aanduiden. De Encyclopedie Drenthe laat zien dat vormen als 't Hoge Veen en Hogeveen nog naast elkaar voorkwamen voordat de huidige schrijfwijze vertrouwd werd.
Sommige oude waterlopen verdwenen later uit het straatbeeld. Namen als Zuideropgaande bewaren de herinnering eraan. Hoogeveen doet dat op grotere schaal: de hele plaats heet nog naar het materiaal waarmee haar geschiedenis werd opgebouwd. Dat maakt de naam haast een bewaard bodemprofiel, terwijl het grootste deel van die bodem door mensen werd veranderd.