Heerenveen: de naam van drie heren boven een verdwenen veen
Drie ondernemers richtten in 1551 een veencompagnie op. Hun brandstofbedrijf gaf een nieuwe plaats haar naam.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Heerenveen heeft een naam die bijna een bedrijfsomschrijving is. De heren waren de initiatiefnemers van een grote turfonderneming; het veen was de grondstof die zij wilden winnen. Achter de plaatsnaam zit daarmee geen koning of ridderlegende, maar een zakelijke overeenkomst uit de zestiende eeuw die het landschap ingrijpend zou veranderen.
Op 24 juli 1551 zetten Pieter van Dekema, Jan van Cuyck en Floris Foeyt hun handtekening onder de oprichting van de Schoterlandse Veencompagnie. In bronnen worden de namen ook met kleine spellingverschillen geschreven. De onderneming kocht en exploiteerde veengrond in Zuidoost-Friesland. Uit de aanduiding van deze heeren van het veen groeide de naam Heerenveen. Het is een goed gedocumenteerde verbinding tussen naamgeving en economische geschiedenis.
Waarom wilden zij juist hier veen winnen? Het lesmateriaal van Museum Heerenveen legt de verbinding met de vraag naar brandstof in de Hollandse steden. Turf, gedroogd veen, kon worden verbrand. Tegelijk legde de overheid beperkingen op aan vervening elders. Voor ondernemers maakte dat het Friese veengebied aantrekkelijk. De naam bewaart dus niet alleen drie heren, maar ook de achtergrond van een onderneming die voor een grote afzetmarkt produceerde.
Een voorraad brandstof onder de grond werd pas handel wanneer die weg kon. Daarom liet de compagnie waterverbindingen aanleggen. De Heerensloot en Schoterlandse Compagnonsvaart dienden voor afwatering en turfvervoer. Bij hun kruising, waar ook de landverbinding Zwolle-Leeuwarden langskwam, ontstond de nederzetting. De geboorte van Heerenveen is daardoor tegelijk een verhaal over gegraven water: de infrastructuur maakte de woonplaats mogelijk.
Het veenbedrijf bleef daarna niet hetzelfde. Museum Heerenveen beschrijft hoe rond 1750 het grootste deel van het hoogveen was afgegraven en de winning zich naar laagveen verplaatste. Arbeiders uit Giethoorn kwamen naar de streek en brachten een andere werkwijze mee. De drie heren uit de zestiende eeuw verdwenen uit het dagelijks bedrijf, maar hun aanduiding bleef de naam van de plaats.
In de negentiende eeuw werd Heerenveen bovendien het Friese Haagje genoemd. Dat was een latere bijnaam, verbonden met deftige burgers, middenstand en de voorname omgeving van Oranjewoud. Het is dus een heel ander soort aanduiding dan de oorspronkelijke plaatsnaam. Hetzelfde oord dat uit een ontginning groeide, kon later worden gepresenteerd als een plek van statige huizen en aanzien.
Heerenveen behoort niet tot de historische Friese elf steden. De bekendheid en omvang van een plaats bepalen die oude status niet. Ook daarin is haar herkomst nog merkbaar: de naam verwijst rechtstreeks naar een betrekkelijk jong ontginningsproject. Waar het veen grotendeels werd weggehaald, bleef de bedrijfsnaam als plaatsnaam bestaan. Op het bord bij binnenkomst staan de ondernemers en hun grondstof nog altijd naast elkaar.