Drachten: twee waternamen die één plaats werden
Achter Drachten liggen twee oude dorpen en twee waterlopen. Een gegraven turfvaart bracht de dorpen dichter bij elkaar, maar hun naam was al veel ouder.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Drachten is een naam waarin twee verdwenen dorpsgemeenschappen nog samen voortleven. Voordat de huidige plaats bestond, lagen hier Noorder-Drachten en Zuider-Drachten. Hun namen worden in verband gebracht met waterlopen in het omliggende land: noordelijk de Kleine Dracht, zuidelijk de grotere Dracht, die we nu als de Drait kennen. De naam leidt daarmee verder terug dan de bekende Drachtstervaart.
Dat onderscheid is wezenlijk. De Drachtster Compagnonsvaart werd pas in 1641 aangelegd voor de turfwinning. De waternaam Dracht bestond toen al. Een zestiende-eeuws register beschrijft onder Suyderdrachten een stuk hooiland dat aan die Dracht grensde. Het register dateert uit 1543: bijna een eeuw voordat de nieuwe vaart het landschap en het leven van de dorpen zou veranderen.
Ook de kleine noordelijke naamgenoot duikt in oude landbeschrijvingen op. Bij de Folgeren lag grond die tot aan de lutticke Dracht reikte. Dit stroompje kwam uit het hoogveengebied en liep langs De Kletten naar het Koningsdiep. Bij latere kanalisering verdwenen bochten. Een waterloop kon daardoor sterk veranderen, terwijl zijn oude naam in grondstukken en dorpsnamen bewaard bleef.
Er bestaat bovendien een achttiende-eeuwse verklaring van kroniekschrijver Bernardus Fabricius, die sprak over een Noorder- en Zuider-Dreit, eerder Noorder- en Zuider-Dragt genoemd. Naamonderzoek in It Beaken wees erop dat die precieze namenreeks niet volledig door het register van 1543 wordt bevestigd. De verbinding met de waterlopen is goed te volgen; iedere oude schrijfwijze aan iedere beek vastmaken gaat verder dan het bewijs.
De twee dorpen hadden elk hun eigen kerk en kerkhof. Het waren langgerekte nederzettingen in een gebied met zandgronden en uitgestrekte venen. Aan de oostkant lag de brandstof die het gebied ingrijpend zou veranderen. Turf moest worden afgevoerd, en daarvoor bood een doelbewust gegraven vaart veel meer mogelijkheden dan de kleine bestaande stroompjes. Water kreeg naast naamgever een nieuwe rol als vervoersweg.
Vanaf 1641 ontsloot de vaart het veen voor grootschaliger winning. Wijken, de kleinere kanalen die op de hoofdvaart aansloten, maakten steeds meer percelen bereikbaar. Er kwamen turfgravers en andere arbeiders; langs het water vestigden zich bedrijven. De oude boerendorpen werden opgenomen in een groter geheel, waarvan de bedrijvigheid zich zowel langs de noord-zuidweg als langs de vaart en dwarsvaarten concentreerde.
In 1743 kreeg die toenadering een heel tastbare vorm. Aan de Zuidkade werd de Grote Kerk gebouwd, terwijl de kerkjes van beide oude dorpen werden afgebroken. De plaatselijke historische vereniging beschouwt dit als het moment waarop feitelijk één Drachten ontstond ten koste van de twee afzonderlijke dorpen. De oude kerkhoven bleven wel bestaan: herkenningspunten van een dorpsindeling die de nieuwe kern inmiddels ontgroeid was.
Zelfs de bestuursnaam vertelt een ander stukje van deze ontwikkeling. Drachten werd het centrum van Smallingerland, maar de gemeentenaam verwijst naar Smalle Ee, waar eerder bestuur en rechtspraak waren gevestigd. In 1831 kwam het bestuur definitief naar Drachten. Zo bleven verschillende tijdlagen naast elkaar bestaan: Smallingerland herinnerde aan een ouder bestuurscentrum, Drachten aan de waterlopen en dorpen die door de turfvaart naar elkaar toe waren gegroeid.