Doetinchem: een naam met twee levens, op papier en in de mond
Duetinghem, Duttinchem, Deutekom: de Achterhoekse stad heeft veel oude naamvormen. Een naam van een vroege bewoner is mogelijk de sleutel, maar de zekerheid ontbreekt.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Doetinchem schrijf je anders dan je het op het eerste gezicht misschien zou uitspreken. En wie de stad Deutekom hoort noemen, merkt dat er naast de officiële naam een tweede klankwereld bestaat. Die variatie is geen moderne grap. Ze hoort bij een lange geschiedenis waarin schrijvers een plaatsnaam op verschillende manieren opschreven en bewoners hem ondertussen op hun eigen manier bleven zeggen.
De oudste bekende schriftelijke vermelding dateert uit 838. In die overlevering staat villa Duetinghem. Villa betekent hier niet een groot vrijstaand herenhuis met een tuin. Het gaat om een nederzetting. Dat ene woordje beschermt ons tegen een verkeerd beeld van het verleden: de tekst beschrijft een bewoonde plek in een vroegmiddeleeuws landschap, niet het huis van een welgestelde negentiende-eeuwer.
Wat Duetinghem precies betekende, is minder zeker dan die vroege vermelding. Een verklaring via een persoonsnaam, bijvoorbeeld Dodo, is genoemd. Het zou dan gaan om een woonplaats die aan een vroege naamgever of diens mensen werd verbonden. Maar de Historische Vereniging Deutekom waarschuwt nadrukkelijk dat de herkomst ongewis is. Er is geen overgeleverd verhaal waarmee we de bedoelde persoon kunnen aanwijzen en zijn rol in het ontstaan van de plaats kunnen bewijzen.
Ook de naamvormen gedragen zich niet als een keurige reeks waarin elk woord het volgende voortbrengt. Een stuk uit 1230 noemt Duttinchem; een andere oorkonde schrijft Duttinghem. Elders verschijnen onder meer Dotechem en Duetichem. Die verschillen maken de geschiedenis juist zichtbaar. Men werkte niet met dezelfde vaste schrijfwijze die we nu van een gemeente, een postcodebestand of een verkeersbord verwachten.
Het verschil tussen geschreven en gesproken taal trok ook de aandacht van Onze Taal. In 1962 wees het tijdschrift op de familienaam Deutekom als voorbeeld van een vorm die naast het officiële Doetinchem was blijven bestaan. Zo kan een achternaam klanken bewaren die in een formele plaatsnaam niet meer rechtstreeks herkenbaar zijn. Oude spellingen en hedendaagse uitspraak vertellen ieder een deel van het verhaal.
Later kon zelfs de bestuurlijke naam tot verwarring leiden. Tussen 1825 en 1920 waren er een gemeente Stad-Doetinchem en een gemeente Ambt-Doetinchem. Het ambt omvatte de omgeving, met Gaanderen en verschillende buurtschappen, terwijl de stad een eigen bestuur had. Twee plaatsen op een oud stuk die allebei Doetinchem heten, hoeven daardoor niet precies hetzelfde grondgebied aan te wijzen. De naam werd gebruikt voor meer dan alleen de straten binnen de oude stad.
Het interessantste aan Doetinchem is dus niet één sluitende vertaling, maar het spoor dat de naam door bijna twaalf eeuwen trekt. Een vroeg woonplaatselement en een mogelijke persoonsnaam vormen een aannemelijk beginpunt. Daarna laten oorkonden, zegels, familienamen en lokale uitspraak zien hoe die naam bleef veranderen. Juist omdat de eerste naamgever onbekend is, vertellen de latere vormen zoveel over de mensen die de naam gebruikten.