Het veld dat zijn oude vuurwoord bewaarde
Barneveld bewaart waarschijnlijk het werkwoord barnen: branden. De naam voert naar heidegebruik, een verdachte middeleeuwse vermelding en een landschap dat telkens opnieuw werd ingericht.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Wie Barneveld hardop zegt, spreekt waarschijnlijk een oud vuurwoord uit. Het eerste deel hangt volgens naamkundigen samen met barnen of bernen: branden. Dat werkwoord klinkt nu ongewoon, maar was ooit goed Nederlands. De dorpsnaam bewaart dus taal die uit het dagelijks gebruik verdwenen is. Voor de betekenis moeten we naar het gebruik van de grond kijken.
Naamkundige Riemer Reinsma beschrijft hoe barnen concurrentie kreeg van het modernere branden en na de zeventiende eeuw uit gebruik raakte. Ook bernen kwam voor. Dat naast elkaar bestaan van a en e helpt bij het lezen van oude plaatsnamen. Barneveld en Bernevelde hoeven daarom geen verwijzingen naar verschillende dorpen te zijn. De klinker kon wisselen terwijl de naam dezelfde plek bleef aanduiden.
De meest aansprekende verklaring voert naar heide die werd afgebrand om grond te kunnen ontginnen. Reinsma verbindt Barneveld met die oude werkwijze. Het veld was dan herkenbaar door wat mensen er deden. De plaatsnaam bleef, terwijl grondgebruik en taal veranderden.
Het plaatsnamenwoordenboek houdt nog een tweede mogelijkheid open: een veld waar men brandstof verzamelde, zoals veen of heide. Beide lezingen draaien om vuur en het benutten van land. Welke handeling precies de doorslag gaf, is niet met zekerheid vast te stellen.
De ouderdom van de naam heeft een eigen complicatie. Een oorkonde met het jaartal 1174 noemt Volframus de Barnevelde. Dat lijkt een prachtig beginpunt, maar het gemeentearchief zet er een wezenlijke waarschuwing bij: het gaat om een vervalste kopie uit de zeventiende eeuw. Het jaartal op een tekst en de betrouwbaarheid van die tekst zijn twee verschillende dingen.
Daarom is 1307 een veiliger anker voor een zekere oude naamvorm: Bernevelde. In latere stukken komen opnieuw vormen met a en e voor. Daarmee is de verbinding met het oude brandwoord goed te volgen, ook zonder de verdachte vermelding van 1174 als stevig bewijs te gebruiken. Het naamverhaal wordt er niet jong of oninteressant van; je ziet juist hoe nauwkeurig het verleden gelezen moet worden.
Voor het landschap achter de naam hoeft niet heel Barneveld als één grote heidevlakte te worden voorgesteld. Rond het dorp ligt ook oud kampenlandschap. De gemeente beschrijft hogere, bolle akkers naast natte hooilanden, met onregelmatige percelen en houtwallen. De ligging van droge en natte grond bepaalde hoe mensen hun land konden inrichten en benutten.
Andere delen van de gemeente, onder meer bij Stroe en Kootwijkerbroek, kennen heideontginningen met grotere blokvormige percelen en rechte watergangen. Zulke verschillen laten zien hoeveel veranderingen één streek kan bevatten. Ze bewijzen niet waar het naamgevende veld precies lag. Wel voorkomen ze dat het oude woord wordt losgemaakt van het lange verhaal van grondgebruik dat hier werkelijk heeft plaatsgevonden.
Veel later gaf Barneveld zijn naam weer door aan een kippenras. De Barnevelderclub beschrijft hoe lokale hoenders rond 1900 steeds eenvormiger werden. In 1911 verschenen Barnevelders op een landbouwtentoonstelling in Den Haag; in 1921 kwam een voorlopige rasstandaard. Zo reisde de plaatsnaam via fokkerij en handel verder, met daarin nog altijd dat nauwelijks hoorbare middeleeuwse woord voor branden.