Jouw Verhalenkaart
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis.
Sfeerillustratie uit de JVK-beeldbibliotheek; geen historische opname van deze gebeurtenis. JVK-beeldbibliotheek · sfeerillustratie.
Uitgelicht verhaal

Arnhem: het heem van een onbekende naamgever

Achter Arnhem schuilt waarschijnlijk de woonplaats van iemand die Arne, Aro of Arn heette. Een belastinglijst uit 893 laat zien hoe oud de naam is.

Liever luisteren?

Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.

Het verhaal

Arnhem wordt nogal eens vertaald als thuis van de arend. Dat klinkt mooi, zeker bij een stad met een adelaar in haar wapen. Toch is er een belangrijk verschil tussen een plaats die naar vogels is genoemd en een plaats die de naam van een mens bewaart. Het naamkundige woordenboek Gelderse plaatsnamen verklaard kiest voor die tweede mogelijkheid: een heem, ofwel woonplaats, van iemand die Aro of Ar(n) heette.

Die persoonsnaam gaat op zijn beurt terug op een Germaans woord voor arend. De vogel zit dus mogelijk wel in de verre achtergrond van de stadsnaam, maar via de naam van een bewoner. Dat is iets anders dan bewijzen dat er bij het ontstaan van Arnhem opvallend veel arenden rondvlogen. Over de bedoelde Aro of Arn geeft de naam ons geen levensverhaal. Hem een beroep, een boerderij of een heldendaad toedichten zou verder gaan dan de bronnen toelaten.

De tweede helft van Arnhem is gemakkelijker te herkennen wanneer je heem als oud woord voor woning of nederzetting leest. De naam is dan een klein adres uit een vroegere wereld: de woonplek die met een bepaalde persoon werd verbonden. De gebruikelijke verklaring met een persoonsnaam is goed verdedigbaar, maar de oudste naamgever staat niet vast.

Veel tastbaarder is de vermelding uit 893. In een goederenregister van de abdij Prüm staat Arneym. Het handschrift waarmee we die tekst kennen, is een kopie uit 1222. Dat onderscheid is belangrijk: de informatie gaat terug op de negende eeuw, terwijl het bewaard gebleven schrijfwerk jonger is. Een foto van de tekst maakt zichtbaar hoe een naam die nu overal op verkeersborden staat ooit tussen kloosterbezittingen werd genoteerd.

Dat register beschrijft geen grote stad. Er was een kerk die belasting moest afdragen, en er lagen boerderijen. De bewoners betaalden niet uitsluitend met geld, maar ook met landbouwproducten. Arnhem bestond al voordat er een middeleeuwse stad met muren en grote openbare gebouwen ontstond. De oudste schriftelijke naam hoort dus bij een wereld van land, boeren en kerkelijke eigendommen.

De Jansbeek was daarin van groot belang. Het water voorzag mensen, dieren en akkers en bepaalde waar de vroegste nederzetting zich kon ontwikkelen. Wie Arnhem alleen als Rijnstad kent, mist daarmee een kleiner waterverhaal. De zichtbaar gemaakte beek in de binnenstad helpt om de schaal van dat oude Arneym voor te stellen: een nederzetting bij bruikbaar water, lang voordat het huidige stadsbeeld bestond.

Bij de Eusebiuskerk ligt nog een andere aanwijzing in de bestrating. Daar is de omtrek van de oudere Maartenskerk aangegeven. Onder die plek worden de resten vermoed van het kerkje uit de goederenlijst. De naam Arnhem verbindt zo twee soorten verleden: een vermoedelijke persoonlijke naam die we niet meer kunnen invullen, en een middeleeuwse woonplek waarvan we nog wel sporen kunnen aanwijzen.