Appingedam: wie waren de mensen vóór de dam?
Het tweede deel van Appingedam is duidelijk. Het eerste verwijst waarschijnlijk naar een familie of groep rond een oude persoonsnaam, en juist daarover bestaan verschillende verklaringen.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Bij Appingedam valt het laatste stukje meteen op: dam. Het eerste deel is minder vanzelfsprekend. De veelgebruikte verklaring is een dam bij de woonplaats van de familie Appinga. Daarmee zou niet alleen een waterwerk, maar ook een groep mensen in de naam bewaard zijn gebleven. De Verhalen van Groningen formuleert die familieverklaring bewust als waarschijnlijk, en die voorzichtigheid hoort bij het verhaal.
Een naam met een familiegroep klinkt anders dan een naam die rechtstreeks uit twee moderne zelfstandige naamwoorden bestaat. Appinga hoeft geen aanduiding te zijn van een familie zoals die nu bij de burgerlijke stand zou zijn geregistreerd. Het kan gaan om een oudere groep die met een persoonsnaam verbonden was. De plaatsnaam kan dus veel ouder naamgebruik bewaren, zonder dat we alle betrokken bewoners met naam en toenaam kennen.
Er circuleert ook een waterverklaring: een dam in de Appe of Apt. Dat is niet uit de lucht gegrepen als beschrijving van de omgeving. De monumentenbeschrijving van Appingedam bespreekt een stroom met die naam en de aanleg van waterwerken bij de Delf. Toch is een aanwezige rivier niet automatisch het bewijs dat ook het eerste woorddeel daarvandaan komt. Een verhaal over het ontstaan van de stad en een verklaring van haar naam zijn verwant, maar niet precies hetzelfde.
Over dat laatste deel, de dam, sluiten naam en landschap overtuigend op elkaar aan. In de middeleeuwse omgeving moesten vaarwegen, afwatering en verbindingen worden geregeld. De monumentenbeschrijving noemt een dam met sluis in de Delf, in de omgeving van de huidige Vlintenbrug. In de nabijheid ontwikkelde zich handel. Water was hier tegelijk weg, werkplek en iets dat mensen moesten beheersen.
Dat verklaart waarom het naamgevende element belangrijk genoeg was om te blijven. Een dam kon een plek markeren waar routes samenkwamen en waar overslag, dienstverlening en bewoning groeiden. De nederzetting trok schippers, kooplieden en ambachtslieden. Het water dat voor bezoekers vooral een fraai stadsbeeld oplevert, was voor hen een praktische voorwaarde om te kunnen bestaan.
Aan het Damsterdiep is die verwevenheid nog zichtbaar. De bekende hangende keukens steken boven het water uit; bruggen verbinden de twee kanten van de oude kern. Ze verklaren de oudste naam niet, maar maken wel begrijpelijk hoe weinig ruimte er tussen wonen, handel en vaarwater zat. Ook de benaming Damster voor een inwoner bewaart het duidelijkste deel van de plaatsnaam.
Appingedam draagt daardoor een kleine onzekerheid én een herkenbaar landschap in zich. Waarschijnlijk horen bij de eerste helft mensen die we niet meer precies kunnen aanwijzen. De tweede helft herinnert aan het waterwerk waaromheen een handelsplaats kon groeien. Het voorbehoud bij Appinga maakt die geschiedenis betrouwbaarder, zonder haar minder interessant te maken.