Alkmaar: het meer waarvan het eerste woord een raadsel bleef
Het water in Alkmaar is goed te herkennen. Over alk bestaan verschillende verklaringen: een plaatsnaam die meer zekerheid suggereert dan de bronnen toelaten.
Liever luisteren?
Luister naar de vertelling, of lees hieronder verder.
Alkmaar klinkt alsof er eenvoudig een vogel en een meer in staan. Toch is juist die vanzelfsprekende verklaring te stellig. Het waterdeel van de naam is goed herkenbaar, maar het eerste deel is onzeker. De naamkundigen Gerald van Berkel en Kees Samplonius behandelen Alkmaar daarom als een samenstelling met een onduidelijk begin.
In een overgeleverde vermelding uit 1063 staat Alcmere. Het laatste deel wordt verbonden met oude woorden voor een meer, waterplas of waterloop. Over alk zijn verschillende mogelijkheden geopperd. Eén daarvan betreft een kraaiachtige vogel, te vergelijken met het Friese woord voor kauw. Dat is iets anders dan de zeevogel die tegenwoordig alk heet. Een andere mogelijkheid is een oud woord voor modder.
De modderverklaring zou een opvallend paar kunnen opleveren met de nabijgelegen Schermer, waarvan de naam met helder water wordt verbonden. Dat is een voorgestelde uitleg, geen bewezen tegenstelling tussen twee benoemingsmomenten. Juist bij een oude naam moet een passend verhaal niet worden verward met een sluitend bewijs.
Ook het Noord-Hollandse erfgoedplatform houdt die onzekerheid overeind. Het noemt verschillende opvattingen over het eerste naamdeel en presenteert modder als mogelijkheid. Er is dus geen reden om één aantrekkelijke vertaling als vaststaand op een bord te zetten. Wat de bronnen delen, is dat het water een hoofdrol speelt.
Dat water hoort bij een landschap dat sterk van het huidige stadsbeeld verschilde. Gemeentelijk archeologisch onderzoek beschrijft hoe in de ondergrond klei, veen en duinzand elkaar opvolgen. Het westelijke deel van de binnenstad ligt op zandafzettingen die met de vorming van strandwallen samenhangen. Stevige en natte gronden lagen dicht bij elkaar.
Bij een opgraving naast de oude strandwal werd duinzand boven veen aangetroffen, met daaronder weer klei. Zulke lagen vertellen geen complete geschiedenis van de plaatsnaam. Ze laten wel zien waarom woorden voor plassen, waterlopen en natte bodem hier een begrijpelijke achtergrond hebben. Het landschap bestond niet uit één vaste grens tussen land en water.
In 1254 kreeg Alkmaar stadsrechten van Willem II van Holland. De naam was toen al ouder. De latere bekendheid als kaasstad kan daardoor niet verklaren waarom Alkmaar zo heet. Ze hoort bij een ander hoofdstuk in de ontwikkeling van de stad, toen een oude nederzettingsnaam al lang een eigen leven leidde.
De eerlijkste korte verklaring is daarom ook de boeiendste: Alkmaar bewaart een oud waterwoord, maar laat het eerste deel niet zonder twijfel vertalen. Bij de stad die zo sterk met haar marktplein wordt geassocieerd, verwijst de naam verder terug. Hij leidt naar een landschap van zand, veen en water waarin een betekenis gedeeltelijk uit het zicht is verdwenen.